A110
Om vonkvorming te voorkomen:
- Controleer of alle "stroomverbruikers" (plafondverlichting, enz.) zijn uitgeschakeld voordat u de accu losmaakt of aansluit.
- Schakel de acculader uit voordat u deze op de accu aansluit of ervan losmaakt.
- Mag u geen metalen of andere geleidende voorwerpen, die kortsluiting tussen de accupolen kunnen veroorzaken, op de accu leggen.
- Wacht minstens één minuut na het afzetten van de motor voordat u de accukabels losmaakt.
- Sluit de accukabels weer aan nadat u alles terug hebt geplaatst.
warning
Voordat u gaat werken onder de motorkap, moet het contact worden uitgezet (zie "Starten, stoppen van de motor" in hoofdstuk 2).
Aansluiting van een acculader
De lader moet compatible zijn met een accu met nominale spanning van 12 volt.
Ontkoppel de accu niet wanneer de motor draait. Houd u aan de voorschriften van de fabrikant van de acculader.
warning
Voor sommige accu’s gelden bijzonder laadvoorschriften. Ga naar uw merkdealer.
Voorkom elk risico op een vonk die onmiddellijk een explosie tot gevolg zou kunnen hebben. Zorg dat het opladen in een goed geventileerde ruimte plaatsvindt.
Gevaar van ernstige verwondingen.
warning
De accu bevat zwavelzuur. Vermijd daarom contact met de ogen, de huid of kleding. Bij onverhoopt contact spoelen met veel water. Indien nodig een arts raadplegen.
Houd open vuur, hete voorwerpen en vonken weg van de accu-onderdelen (explosiegevaar).
Sommige mechanische onderdelen onder de motorkap kunnen heet zijn.
Verwondingsgevaar
Starten met starthulpkabels
Als u voor het starten de accu van een andere auto moet gebruiken, koop dan de startkabels (met groot oppervlak) bij een merkdealer of controleer, als u reeds startkabels heeft, of deze in goede staat verkeren.
Beide accu’s moeten dezelfde spanning hebben: 12 volt. De hulpaccu moet minstens de capaciteit (ampère-uur, Ah) hebben van de ontladen accu.
Let erop dat de auto’s elkaar niet raken (kortsluitingsgevaar als u de pluspolen met elkaar verbindt) en dat de ontladen accu goed aangesloten is. Zet het contact af van uw auto.
Afhankelijk van de auto kan het nodig zijn om de geleider van de schutbordgrille te verwijderen om bij de batterij te kunnen.
Dat doet u zo:
- neem de geleider van de schutbordgrille 1 vast aan de achterkant van de vleugel 3 en trek deze omhoog tot deze loskomt van de schutbordgrille 2;
- houd de geleider links vast en trek deze omhoog en naar u toe (beweging B) tot deze volledig loskomt uit de klem;
- beweeg naar links (beweging C) om de rechterkant van de geleider los te maken zodat deze kan bewegen ten opzichte van de gasveer;
- plaats de geleider 3 voorzichtig op een schoon en droog oppervlak.
warning
Auto's zonder opbergruimte A
Vanwege de aanwezigheid van mechanische onderdelen:
- is het verboden om voorwerpen op te slaan onder de motorkap;
- moet u bij werkzaamheden in de motorruimte controleren of u niets (doekjes, gereedschap, enz.) achterlaat wat kan leiden tot schade aan mechanische onderdelen of tot brand.
Risico op schade of brand;
- Sommige mechanische onderdelen onder de motorkap kunnen heet zijn. Bovendien kan de ventilateurmotor onverwacht gaan draaien.
Verwondingsgevaar
Montage van de geleider van de schutbordgrille
Het is belangrijk dat de geleider 3 correct wordt teruggeplaatst.
Dat doet u zo:
- plaats de geleider 3 (beweging D);
- steek, afhankelijk van de auto, de geleider 3 in de houder van de vleugelkap 6 (beweging E);
- klem het onderdeel 5 aan elke kant in de geleider voor de bevestiging van de carrosserie 4 (beweging F);
- druk op de geleider (beweging G) om deze vast te klemmen.
Opmerking: als het moeilijk is om de geleider vast te klemmen 3 (beweging G), controleert u of deze in de componenten4 en 6 is geplaatst: kans op schade aan de geleider.
Afhankelijk van de auto maakt u de accukap los.
Til het rode lipje 11 op voor toegang tot de aansluiting 8 (+). Sluit de positieve kabel H aan op de 8 (+) -pool van de ontladen accu en daarna op de9 (+)-pool van de hulpaccu.
Sluit de negatieve kabel (–) G aan op de aansluiting 10 (˗)hulpaccu en daarna op de aansluiting7 (˗) van de ontladen accu.
Start de motor van de hulpauto en laat deze met een middelmatig toerental draaien.
warning
Zorg ervoor dat er geen contact is tussen kabels G en H en dat positieve kabel H niet in contact komt met een metalen onderdeel in het voertuig dat de stroom levert.
Risico van letsel en/of beschadiging van de auto.
Als de motor van uw voertuig niet onmiddellijk start, zet u het contact af en wacht u enkele seconden voordat u de handeling herhaalt.
Ontkoppel bij draaiende motor de kabels G en H in omgekeerde volgorde (7 - 10 - 9 - 8).