VERWISSELEN VAN EEN WIEL

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Auto met krik en wielmoersleutel

Voor auto's die hiermee zijn uitgerust, verwijdert u de doppen van de wielbouten met de tang in de pompset voor de banden.

Ontgrendel de wielbouten met behulp van de wielmoersleutel 1. Plaats de sleutel zo dat u deze naar beneden moet drukken.

Begin de krik 2 met de hand vast te zetten om de kop goed onder de steun te plaatsen zo dicht mogelijk bij het betreffende wiel op de plaats gemerkt met een pijl 3.

Hoofdstuk

Lekke band, reservewiel

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

In geval van een lekke band

Afhankelijk van de auto hebt u de beschikking over een reservewiel of een bandenoppompset.

Auto met een controlesysteem voor bandenspanning

Hoofdstuk

De gereedschappen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De aanwezigheid van gereedschap is afhankelijk van de auto.

De opbergtas voor het reservewiel op de passagiersstoel bevat een zak met de volgende gereedschappen:

Krik 1

Hoofdstuk

Uw bandenspanning

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Label A

Open het bestuurdersportier om het te lezen. Label A bevindt zich op de rand van het portier of, afhankelijk van het voertuig, aan de onderkant van het portier.

De bandenspanning dient bij koude banden te worden gecontroleerd.

Hoofdstuk

Banden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Veiligheid van de banden – wielen

De banden vormen de enige verbinding tussen de auto en het wegdek, het is daarom van het grootste belang dat zij in goede staat verkeren.

Houd u strikt aan de wettelijke voorschriften op dit gebied.

Onderhoud van de banden

Hoofdstuk

Onderhoud van de bekleding

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Multimediascherm

Onderhoud van het scherm kan afhankelijk zijn van het type multimedia-apparatuur. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor meer informatie.

Ruiten van instrumenten

(bijv. instrumentenpaneel, klok, buitenthermometer enz.)

Veeg deze schoon met een zachte doek of poetskatoen.

Als dat onvoldoende is, gebruik dan een in zeepsop gedrenkte doek (of poetskatoen) en veeg de ruit voorzichtig na met een andere vochtige doek of poetskatoen.

Hoofdstuk