Parkeerhulp

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Introductie

Ultrasone sensoren, zoals aangegeven met pijlen 1, zijn in de bumpers gemonteerd om obstakels in de buurt van de auto te detecteren.

Hoofdstuk

Noodstop-assistent

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Introductie

De functie Noodstop-assistent is een rijhulpmiddel dat automatisch reageert op het sturen en remmen van uw voertuig wanneer het situaties detecteert waarin u uw handen niet meer aan het stuur hebt of niet meer naar de weg kijkt.

Afhankelijk van de auto is het systeem gekoppeld aan de volgende rijhulpmiddelen:

Hoofdstuk

Active driver assist

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Introductie

De "Active driver assist" is een rijhulpsysteem voor gebruik buiten de bebouwde kom, op brede wegen en met zichtbare lijnen.

Het systeem bestaat uit de functie "Adaptieve snelheidsregelaar"Stop and Go adaptieve snelheidsregelaar en de functies "Rijstrookcentrering".

Het systeem stelt u in staat om:

Hoofdstuk

Stop and Go adaptieve snelheidsregelaar

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Introductie

De Stop and Go snelheidsregelaar gebruikt informatie van een radar of camera om de auto op een bepaalde ingestelde snelheid - de kruissnelheid - te houden, op een veilige afstand van uw voorligger.

Hoofdstuk

Snelheidsbegrenzer

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Introductie

De snelheidsbegrenzer bestuurt de motor en het remsysteem om te zorgen dat een door u gekozen rijsnelheid niet wordt overschreden; deze snelheid noemen we de limietsnelheid.

De functie snelheidsbegrenzing kan worden geactiveerd vanaf 0 km/u.

Hoofdstuk

Detectie van verkeersborden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Het systeem geeft op het instrumentenpaneel weer wat de maximumsnelheid is aan de hand van verkeersborden die langs de kant van de weg zijn gedetecteerd.

Hoofdstuk

Waarschuwing vermoeidheidsdetectie bestuurder

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Introductie

warning

Deze functie is een extra hulp tijdens het rijden, in geval van vermoeidheid. De functie werkt niet op het voertuig. Deze functie kan in geen geval de verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het rijden vervangen.

De bestuurder moet altijd zijn snelheid aanpassen aan zijn of haar alertheid, aan de omgeving en aan de verkeersomstandigheden, ongeacht de aanwijzingen van het systeem.

Hoofdstuk