A390
Inleiding
Afhankelijk van de auto bestaan deze uit:
- een antiblokkeersysteem van de wielen (ABS);
- de noodstopbekrachtiging met (afhankelijk van de auto) remanticipatie;
- de elektronische stabiliteitscontrole (ESC) met onderstuurregeling en antislip;
- hulp bij wegrijden op een helling;
- Multi-Collision Braking;
- regeneratief remsysteem Regeneratief remsysteem.
Andere rijassistentiesystemen worden in deze folder beschreven.
warning
Deze functies zijn aanvullende hulpmiddelen bij kritieke rijomstandigheden, die het mogelijk maken het rijgedrag van de auto aan te passen aan de rijomstandigheden.
Maar deze functies kunnen de taak van de bestuurder niet overnemen. De limieten van de auto worden hiermee niet verlegd en vormen ook geen reden om harder te gaan rijden. Deze functies kunnen dus in geen geval de waakzaamheid of de verantwoordelijkheid van de bestuurder vervangen bij het besturen van de auto (de bestuurder moet altijd alert zijn op plotselinge gebeurtenissen die zich tijdens het rijden kunnen voordoen).
Antiblokkeersysteem ( ABS )
Bij krachtig remmen voorkomt ABS het blokkeren van de wielen, zodat de remweg beheersbaar en de auto bestuurbaar blijft.
In deze situatie zijn uitwijkmanoeuvres tijdens het remmen mogelijk. Bovendien verbetert dit systeem de remweg, met name op een weg met weinig grip (natte weg, enz.).
Als het systeem de remdruk voor u regelt, voelt u een lichte trilling in het rempedaal. Het ABS kan echter nooit de "fysieke" prestaties van de grip tussen de banden en het wegdek verbeteren. Blijf altijd de gebruikelijke voorzichtigheid in acht houden (afstand bewaren enz.).
tip
Bij krachtig remmen kunt u het rempedaal diep ingedrukt houden. Het is niet nodig "pompend" te remmen. Het ABS regelt de kracht in het remsysteem.
Storingen
-
en
branden op het instrumentenpaneel en de berichten "Controleer ABS", "Controleer remsysteem" en "Controleer ESC" worden weergegeven: de functies ABS, ESC en noodstopbekrachtiging worden gedeactiveerd. Het remmen blijft mogelijk; -
,
,
en
verschijnen op het instrumentenpaneel, samen met het bericht "Storing remsysteem": dit wijst op een storing in het remsysteem.
Neem in beide gevallen contact op met een merkdealer.
warning
Het remsysteem werkt nog gedeeltelijk. Maar het is gevaarlijk om krachtig te remmen. U moet direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen. Raadpleeg een merkdealer.
Noodstopbekrachtiging
Dit systeem is een aanvulling op het ABS en helpt de remweg van de auto te verkorten.
Werkingsprincipe
Het systeem is bedoeld om een noodsituatie bij remmen te detecteren. In dit geval ontwikkelt het remsysteem onmiddellijk de maximale kracht en kan het ABS-systeem in werking treden.
Het ABS-remmen blijft werken zolang het rempedaal ingedrukt is.
Remlichten gaan aan
Afhankelijk van de auto kunnen deze knipperen bij krachtig afremmen.
Remanticipatie
Afhankelijk van de auto anticipeert het systeem, als u snel het gaspedaal loslaat, op het remmen om de remweg te verminderen.
Bijzondere gevallen
Tijdens het gebruik van de snelheidsregelaar:
- als u het gaspedaal gebruikt, kan het systeem in werking komen als u het pedaal loslaat;
- als u het gaspedaal niet gebruikt, wordt het systeem niet geactiveerd.
Bedrijfsstoringen
Als het systeem een storing signaleert, verschijnt het bericht "Controleer remsysteem" op het instrumentenpaneel, in combinatie met het oplichten van het waarschuwingslampje
.
Ga naar een merkdealer.
warning
Deze functies zijn aanvullende hulpmiddelen bij kritieke rijomstandigheden, die het mogelijk maken het rijgedrag van de auto aan te passen aan de rijomstandigheden.
Deze functies vervangen de bestuurder niet. De limieten van de auto worden hiermee niet verlegd en vormen ook geen reden om harder te gaan rijden. Deze functies kunnen dus in geen geval de waakzaamheid of de verantwoordelijkheid van de bestuurder vervangen bij het besturen van de auto (de bestuurder moet altijd alert zijn op plotselinge gebeurtenissen die zich tijdens het rijden kunnen voordoen).
Elektronische stabiliteitscontrole ( ESC ) met onderstuurcontrole en antislip
Elektronische stabiliteitscontrole ESC
Dit systeem helpt u de controle over de auto te behouden in kritieke rijsituaties (uitwijken voor een obstakel, verlies van grip op de weg in een bocht, enz.).
Werkingsprincipe
Een opname-element aan het stuurwiel helpt om het door de bestuurder gewenste rijtraject te bepalen.
Andere opname-elementen in de auto registreren het werkelijke traject.
Het systeem vergelijkt het door de bestuurder gewenste rijtraject met het werkelijke traject van de auto en corrigeert het traject indien nodig door de remmen van bepaalde wielen en/of het motorvermogen te regelen. Als het systeem wordt geactiveerd, knippert het waarschuwingslampje
op het instrumentenpaneel.
Onderstuurcontrole
Dit systeem optimaliseert de werking van het ESC bij uitgesproken onderstuur (verlies van grip van de vooras).
Antislip
Dit systeem helpt het doorslippen van de aangedreven wielen te beperken en de auto onder controle te houden bij het starten, versnellen of vertragen.
Werkingsprincipe
Met behulp van opname-elementen op de wielen meet en vergelijkt het systeem voortdurend de snelheid van de aandrijvingswielen en detecteert het wanneer deze doorslippen. Als een wiel begint te slippen, remt het systeem het betreffende wiel totdat de aandrijving overeenkomt met de hoeveelheid grip onder het wiel.
Bedrijfsstoringen
Wanneer het systeem een storing detecteert, verschijnt het bericht "Controleer ESC" op het instrumentenpaneel, evenals de waarschuwingslampjes
en
. In dit geval zijn ESC en het antislipsysteem uitgeschakeld.
Ga naar een merkdealer.
ESC en antislip in de Track-modus
Afhankelijk van de auto, pers zo vaak als nodig op schakelaar 1 om de Track-modus te selecteren: de ESC-functies worden gewijzigd en onderdrukken de bestuurdersassistentiefuncties RIJMODUS.
Blokkering vanESC
In bepaalde situaties (afgesloten weg of circuit, enz.) kunnen deze functies worden uitgeschakeld door schakelaar 2 ingedrukt te houden.
Het waarschuwingslampje
verdwijnt en het bericht "ESC uitgeschakeld" verschijnt op het instrumentenpaneel om u te waarschuwen.
U kunt deze functies op elk moment opnieuw inschakelen door kort te drukken op de schakelaar 2.
Opmerking: het systeem wordt automatisch weer geactiveerd wanneer de auto opnieuw wordt gestart.
Als het waarschuwingslampje niet verschijnt, bevestigt dit dat het systeem opnieuw is ingeschakeld.
warning
Als u de tractiecontrole uitschakelt, zijn bepaalde rijhulpfuncties (Actieve noodstop, enz.) tijdelijk niet beschikbaar.
tip
Bij elke wijziging van rijmodus door te drukken op de schakelaar 1, worden de functies ESC en tractiecontrole RIJMODUS weer ingeschakeld.
Hellingstarthulp
Afhankelijk van de helling van de weg helpt dit systeem de bestuurder bij het wegrijden op een helling. Het voorkomt dat de auto achteruit rolt, door automatisch de remmen vast te zetten als de bestuurder het rempedaal loslaat om het gaspedaal te bedienen.
Werking van het systeem
Het werkt alleen wanneer de versnellingshendel in een andere stand dan N staat en het voertuig geheel stil staat (rempedaal ingedrukt).
Het systeem houdt de auto ongeveer 2 seconden stil. Daarna komen de remmen geleidelijk vrij (de auto rolt naargelang de helling).
warning
Het systeem van de hulp bij het wegrijden op een helling kan niet in alle gevallen totaal verhinderen dat het voertuig achteruit rijdt (zeer steile hellingen, etc.)
De bestuurder kan altijd het rempedaal bedienen om het achteruitrijden van de auto te verhinderen.
De Hulp Bij Het Wegrijden Op Een Helling mag niet gebruikt worden om de auto langdurig stil te houden: gebruik het rempedaal.
Deze functie is niet bedoeld om de auto permanent te laten stilstaan.
Gebruik indien nodig het rempedaal om de auto te stoppen.
De bestuurder moet bijzonder voorzichtig rijden op een glad oppervlak of bij weinig grip.
Gevaar van ernstige verwondingen.
Multi-Collision Braking
Multi-Collision Braking verkleint het risico op een extra aanrijding na een ongeval, door uw voertuig tijdelijk tot stilstand te brengen.
De werking van de startvergrendeling
Wanneer het airbagsysteem een aanrijding detecteert, worden de gordelspanners of airbags geactiveerd AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN en activeert de functie "Multi-Collision Braking" het elektronische stabiliteitsprogramma (ESC) om de auto te remmen.
Multi-Collision Braking wordt tijdens bedrijf gedeactiveerd als:
- als de remkracht die ontstaat doordat de bestuurder het rempedaal indrukt, groter is dan de kracht die ontstaat doordat het systeem automatische remmen activeert.
Opmerking: Multi-Collision Braking vereist de goede werking van het remsysteem van uw voertuig.
Storingen
Als het systeem een storing detecteert, verschijnt het bericht "Controleer Post-collision" op het instrumentenpaneel en licht het waarschuwingslampje
op.
In dit geval is de functie gedeactiveerd. Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.
Regeneratief remsysteem
Tijdens het remmen kan het regeneratief remsysteem de door de vertraging van de auto geproduceerde energie omzetten in elektrische energie.
Hierdoor wordt de hoogspanningstractiebatterij opgeladen en wordt de actieradius van het voertuig Regeneratief remsysteem vergroot.
Storingen
-
verschijnt op het instrumentenpaneel, samen met het bericht "Controleer remsysteem": rembekrachtiging is nog steeds in werking.
In deze omstandigheden kan het indrukken van het rempedaal anders aanvoelen.
Wij raden aan het rempedaal diep ingedrukt te houden.
Raadpleeg een merkdealer.
-
verschijnt op het instrumentenpaneel, samen met het bericht "Storing remsysteem": dit wijst op een storing in het remsysteem.
Roep de hulp in van een merkdealer.
warning
Voor uw eigen veiligheid dwingt het waarschuwingslampje
u onmiddellijk te stoppen zonder het verkeer in gevaar te brengen. Stop de motor en start deze niet opnieuw. Roep de hulp in van een merkdealer.