A110

Bedieningsknoppen

(afhankelijk van de auto)

1.

Inschakelen van de automatische werking.

2.

Regeling van de temperatuur van de lucht.

3.

Functie "Helder zicht".

4.

Regeling van de luchtverdeling in het interieur.

5.

Bediening van de airconditioning.

6.

Regeling van de ventilatiesnelheid

7.

Luchtkringloop.

8.

Verwarmen van de buitenspiegels en, afhankelijk van de auto, de achterruit.

Automatische modus

De automatische airconditioning garandeert (met uitzondering van extreme gevallen) een temperatuurcomfort in het interieur en het helder houden van de ruiten, bij een zo optimaal mogelijk brandstofverbruik. Het systeem regelt de ventilatiesnelheid, luchtverdeling en luchtkringloop, en het in- of uitschakelen van de airconditioning en verwarming.

AUTO: optimaal bereiken van de gewenste temperatuur afhankelijk van de omstandigheden buiten de auto. druk op de knop 1.

Wijzigen van de ventilateursnelheid

Normaal zorgt het systeem automatisch voor de juiste ventilateursnelheid om de ingestelde temperatuur te bereiken en te handhaven.

U kunt altijd de ventilatiesnelheid verhogen of verlagen door aan knop 6 te draaien.

Regeling van de temperatuur

Draai toets 2 afhankelijk van de gewenste temperatuur.

Hoe verder u de knop rechtsom draait, hoe warmer het wordt.

Functie "helder zicht"

Druk op de knop 3 en de indicatielampjes op de knoppen 3 en 8 lichten op.

Met deze functie worden de voorruit, de zijruiten voor, de buitenspiegels en (afhankelijk van de auto) de achterruit, snel ontdooid en ontwasemd. Dit activeert automatisch de airconditioning.

Om deze functie uit te schakelen, drukt u op knop 3 of 1.

tip

Sommige toetsen zijn voorzien van een controlelampje dat de toestand van de functie aangeeft.

Wijzigen van de verdeling van de lucht in het interieur

Druk op een van de knoppen 4. het controlelampje in de toets waarop u hebt gedrukt, licht op.

U kunt beide standen tegelijk gebruiken door op beide toetsen 4 te drukken.

De lucht wordt hoofdzakelijk naar alle ontwasemingsroosters, de roosters van de zijruiten voorin en naar de ontwasemingssleuven gevoerd.

De luchtstroom komt voornamelijk via de ventilatieopeningen in het dashboard.

De luchtstroom komt voornamelijk via de uitlaten aan de voeten van de inzittenden (onder het dashboard).

Verwarmingsfunctie

Druk op knop 8 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden. De functie zorgt voor snelle verwarming van de buitenspiegels en (afhankelijk van de auto) de achterruit.

U schakelt deze functie uit door opnieuw op de knop 8 te drukken. Standaard stopt de verwarming na enige tijd automatisch.

Inen uitschakelen van de airconditioning

Normaal schakelt het systeem automatisch de airconditioning in of uit, afhankelijk van de weersomstandigheden.

Druk op de toets 5 om de airconditioning te stoppen; het ingebouwde controlelampje licht op.

Inschakelen van de luchtkringloop (isolatie van het interieur)

U kunt de recirculatiefunctie van tijd tot tijd activeren om het interieur te isoleren van de buitenlucht, bijvoorbeeld wanneer u door een vervuild gebied rijdt.

tip

Het ontwasemen/ontdooien heeft altijd voorrang boven de luchtkringloop.

Handmatig gebruik

Druk op knop 7 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden.

Opmerking: om te voorkomen dat de ruiten beslaan, kan het systeem de functie automatisch uitschakelen. Het controlelampje in de knop 7 gaat uit.

U schakelt deze functie uit door opnieuw op de toets 7 te drukken.

Uitschakelen van het systeem

Draai de knop 6 naar "OFF" om het systeem te stoppen. U schakelt het systeem weer in door de knop 6 te draaien en de ventilatiesnelheid in te stellen of door op de knop 1 te drukken.