Algemeen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Boordcomputer A

Laat door kort en herhaaldelijk knop 4 of 5 op de schakelaar 2 en naar boven of beneden te scrollen de volgende informatie langskomen (de weergave hangt af van de uitrusting van de auto en het land).

Hoofdstuk

Bedieningsorganen rechts stuur

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De aanwezigheid van de hierna beschreven uitrusting IS AFHANKELIJK VAN DE UITVOERING VAN DE AUTO EN VAN HET LAND.

1.

Ventilatieroosters links en rechts.

Hoofdstuk

Bedieningsorganen stuurinrichting links

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De aanwezigheid van de hierna beschreven uitrusting IS AFHANKELIJK VAN DE UITVOERING VAN DE AUTO EN VAN HET LAND.

1.

Ventilatieroosters links en rechts.

2.

Schakelaar voor:

Hoofdstuk

Bevestiging met de autogordel

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De tabel hieronder bevat dezelfde informatie als het installatieschema, om te garanderen dat de wettelijke voorschriften worden nageleefd.

Hoofdstuk

Installatie van het kinderzitje, algemeen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Op bepaalde zitplaatsen mogen geen kinderzitjes bevestigd worden. Het schema en de installatietabel geven aan waar een kinderzitje Bevestiging met de autogordel moet worden bevestigd.

De genoemde types kinderzitjes zijn niet overal leverbaar. Controleer, nadat u een ander kinderzitje gebruikt, bij de fabrikant of het gemonteerd kan worden.

Hoofdstuk

keuze van de bevestiging van het kinderzitje

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Bevestiging met de autogordel

De autogordel moet worden afgesteld om goed te kunnen werken bij krachtig remmen of bij een botsing.

Laat de gordel lopen zoals de fabrikant van het kinderzitje voorschrijft.

Controleer altijd de vergrendeling van de autogordel door eraan te trekken en zet hem daarna zo strak mogelijk door op het kinderzitje te drukken.

Controleer of het zitje goed vastzit door het zitje naar links/rechts en naar voren/achteren te bewegen: het zitje moet stevig vast blijven zitten.

Hoofdstuk