A290

Overzicht van de installatie

tip

Voor de voorpassagiersstoel wordt het gebruik van een kinderzitje met vloersteun aanbevolen, om te voorkomen dat het waarschuwingssignaal van de veiligheidsgordel wordt geactiveerd.

warning

Door het gebruik van een niet bij de auto passend kinderveiligheidssysteem wordt de baby of het kind niet correct beschermd. Het kan ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

warning

Wanneer een ISOFIX-kinderzitje op de zitplaats aan de linkerkant achterin wordt geïnstalleerd, kan de middelste zitplaats niet meer worden gebruikt. De middelste autogordel is immers niet meer toegankelijk of bruikbaar.

warning

RISICO OP DODELIJK OF ERNSTIG LETSEL: controleer voordat u een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel voor plaatst, of de airbag is uitgeschakeld Kinderveiligheid: de passagiersairbag voorin uitschakelen, inschakelen.

Plaats verboden voor het installeren van dit type kinderzitje.

Kinderzitje vastgezet met de bevestiging ISOFIX

Stoel geschikt voor bevestiging van een ISOFIX of i-Size kinderzitje.

De voor‑ en achterstoelen zijn voorzien van een verankeringspunt voor bevestiging van een 'universeel' voorwaarts gericht kinderzitje ISOFIX. De verankeringspunten bevinden zich in de rugleuning van de passagiersstoel voor en in de rugleuning van de achterbank.

warning

Controleer of uw kind altijd vastzit en het harnas of de gordel correct is afgesteld en aangepast.

Pas indien nodig de zitpositie aan.

warning

Monteer geen kinderzitje als de grote rugleuning is neergeklapt.

warning

Monteer het kinderzitje bij voorkeur op een zitplaats achterin.

Om op deze zitplaats een ISOFIX-kinderzitje te installeren, maakt u eerst de autogordel los nadat u de bouten vastzet.

Installatieoverzicht

De onderstaande tabel geeft een samenvatting van de informatie op het installatieschema om te voldoen aan de huidige voorschriften.

Type kinderzitje

Gewicht van het kind

Grootte van zitje [bevestiging]

Zitplaats voorin passagier

Zitplaatsen achter aan de zijkanten

Achterplaats midden

Met airbag uitgeschakeld

Met airbag ingeschakeld

Reiswieg dwars

Groep 0

< tot 10 kg

L1 [F]

L2 [G]

X

X

IL (2)

X

Kuipzitje achterstevoren geplaatst

Groepen 0 of 0 +

< tot 13 kg

R1 [E]

IL (1) (3)

X

IL (4)

X

Kinderzitje achterstevoren geplaatst

Groepen 0 + en 1

< tot 13 kg en 9 tot 18 kg

R3 [C]

X

X

IL (4)

X

R2 [D]

IL (1) (3)

Kinderzitje vooruit geplaatst

Groep 1

9 tot 18 kg

F3 [A]

F2 [B]

F2X [B1]

X

IUF-IL

(3)

IUF-IL

(5)

X

Zittingverhoger

Groepen 2 en 3

15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg

B3

X

X

IUF-IL

(5)

X

B2

IUF-IL(6)

Stoel i-Size

Kinderzitje achterstevoren geplaatst

i - U (1) (3)

X

i - U (4)

X

Kinderzitje vooruit geplaatst

X

i - UF (3)

i - U (5)

X

Zittingverhoger

X

i - UF (6)

i - U (5)

X

X = stoel niet geschikt voor het installeren van kinderzitjes.

U = stoel geschikt voor bevestiging met autogordel van een kinderzitje dat goedgekeurd is als "Universeel"; controleer of het gemonteerd kan worden.

IUF-IL = stoel waar een kinderzitje met de goedkeuring "Universeel/semi-universeel of voertuigspecifiek" mag worden bevestigd met ISOFIX (voor auto's die daarmee zijn uitgerust): controleer of dit kan worden gemonteerd.

warning

(1) RISICO OP DODELIJK OF ERNSTIG LETSEL: controleer voordat u een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel voor plaatst, of de airbag is uitgeschakeld Kinderveiligheid: de passagiersairbag voorin uitschakelen, inschakelen.

(2) Een reiswieg wordt dwars in de auto bevestigd en neemt ten minste twee zitplaatsen in beslag. Plaats het hoofd van het kind richting de binnenkant van de auto.

(3) Zet de stoel van de auto zo ver mogelijk naar achteren en omlaag. Kantel de rugleuning zo ver mogelijk, installeer het kinderzitje en stel de rugleuning opnieuw in een hoek van ongeveer 25°.

(4) Zet de stoel van de auto indien nodig zo ver mogelijk naar achteren. Voordat u een achterwaarts gericht kinderzitje installeert, beweegt u de voorstoel zo ver mogelijk naar voren. Zodra het kinderzitje is geïnstalleerd, beweegt u de voorstoel zo ver mogelijk naar achteren zonder dat deze het kinderzitje raakt.

(5) Verwijder in ieder geval de hoofdsteun van de stoel achter waarop het kinderzitje is geplaatst. Dit moet gebeuren nadat u het kinderzitje plaatst. Schuif de stoel vóór het kind naar voren, zet de rugleuning naar voren om contact tussen de stoel en de benen van het kind te voorkomen.

De grootte van een ISOFIX kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

  • F3, F2, F2X[A, B, B1]: voor voorwaarts gerichte kinderzitjes, groep 1 (9 tot 18 kg);
  • B3; B2: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg);
  • R3, R2[C, D]: achterwaarts gerichte zitjes of kuipzitjes van groep 0+ (minder dan 13 kg) of groep 1 (9 tot 18 kg);
  • R1[E]: naar achteren gerichte zitjes in groep 0 (minder dan 10 kg) of 0+ (minder dan 13 kg);
  • L1,L2[F,G]: reiswiegen van groep 0 (minder dan 10 kg).