A110

Bevestiging met de autogordel

De autogordel moet worden afgesteld om goed te kunnen werken bij krachtig remmen of bij een botsing.

Laat de gordel lopen zoals de fabrikant van het kinderzitje voorschrijft.

Controleer altijd de vergrendeling van de autogordel door eraan te trekken en zet hem daarna zo strak mogelijk door op het kinderzitje te drukken.

Controleer of het zitje goed vastzit door het zitje naar links/rechts en naar voren/achteren te bewegen: het zitje moet stevig vast blijven zitten.

Controleer of het kinderzitje niet dwars is geïnstalleerd en niet tegen een ruit rust.

warning

Gebruik het kinderzitje niet als de autogordel daardoor kan losraken: de basis van het zitje mag niet op de gesp en/of vergrendeling van de veiligheidsgordel rusten.

warning

De veiligheidsgordel mag nooit losgemaakt worden of gedraaid zijn. Laat de gordel nooit onder de arm of achter de rug lopen.

Controleer of de gordel niet beschadigd is door scherpe randen.

Als de autogordel niet normaal werkt, kan deze het kind niet beschermen. Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer. Gebruik deze zitplaats niet zolang de gordel niet is gerepareerd.

warning

Controleer of de rugleuning van het vooruit geplaatste kinderzitje goed tegen de rugleuning van de stoel in de auto is geplaatst. In dit geval rust het kinderzitje niet altijd op de zitting van de stoel in de auto.

warning

Verander niets aan de oorspronkelijk aangebrachte veiligheidsvoorzieningen (autogordels, stoelen en bevestigingen).