A390
Er zijn twee systemen voor het bevestigen van kinderzitjes: de autogordel of het ISOFIX-systeem.
Bevestiging met de autogordel
De autogordel moet worden afgesteld om goed te kunnen werken bij krachtig remmen of bij een botsing.
Zorg ervoor dat u de door de fabrikant van het kinderzitje aangegeven riemgeleiding volgt.
Controleer altijd de vergrendeling van de autogordel door eraan te trekken en zet hem daarna zo strak mogelijk door op het kinderzitje te drukken.
Controleer of de stoel goed beveiligd is door hem naar links/rechts en naar voren/achter te bewegen: de stoel moet stevig vast blijven zitten.
Controleer of het kinderzitje niet dwars is geïnstalleerd en niet tegen een ruit rust.
warning
LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIGE VERWONDINGEN: Een kinderzitje met een steunpoot mag nooit worden bevestigd op een stoel waar het kinderzitje met een autogordel wordt bevestigd.
warning
Gebruik geen kinderzitje waardoor de autogordel waarmee het is vastgezet los kan raken. De grondplaat van de stoel mag niet op de tong en/of de gesp van de autogordel rusten.
warning
De veiligheidsgordel mag nooit losgemaakt worden of gedraaid zijn.
Laat de gordel nooit onder de arm of achter de rug lopen.
Controleer of de gordel niet beschadigd is door scherpe randen.
Als de autogordel niet normaal werkt, kan deze het kind niet beschermen.
Ga naar een merkdealer.
Gebruik deze zitplaats niet zolang de gordel niet is gerepareerd.
Bevestiging met het ISOFIX-systeem
Goedgekeurde ISOFIX kinderzitjes zijn gestandaardiseerd volgens de huidige regelgeving als één van de vier onderstaande gevallen van toepassing is:
- Universeel ISOFIX 3-punts vooruit;
- Semi-universeel ISOFIX 2-punts;
- voertuigspecifiek;
- i-Size voorzien van een van de volgende onderdelen:
- een riem die aan de derde ring van de betreffende stoel wordt vastgemaakt;
- of een steun die op de vloer van de auto rust, geschikt voor de goedgekeurde stoel i-Size, met als bedoeling te voorkomen dat het kinderzitje beweegt bij een botsing.
Controleer in het laatste geval of uw kinderzitje geïnstalleerd kan worden door de lijst van geschikte auto's te raadplegen.
warning
Er mogen geen wijzigingen worden aangebracht aan de oorspronkelijk gemonteerde systeemonderdelen: autogordels, ISOFIX en stoelen evenals hun bevestigingen.
Bevestig het kinderzitje met de ISOFIX-grendels als het deze heeft. Het ISOFIX systeem garandeert een gemakkelijke, snelle en veilige montage.
Het ISOFIX-systeem bestaat uit twee ringen en, in sommige gevallen, een derde ring.
warning
De ISOFIX-verankeringen mogen alleen gebruikt worden voor kinderzitjes met het ISOFIX-systeem.
Bevestig nooit andere kinderzitjes, noch de gordel of andere voorwerpen op deze verankeringspunten.
Controleer of niets in de weg zit bij de verankeringspunten.
Als uw auto betrokken is geweest bij een verkeersongeluk, moet u de ISOFIX verankeringen laten controleren en het kinderzitje vervangen.
warning
nadat u een ISOFIX-kinderzitje installeert dat u hebt gekocht voor een andere auto, moet u nagaan of het geïnstalleerd mag worden. Raadpleeg de lijst van de fabrikant van het zitje met de auto's waarin het zitje gebruikt mag worden.
De twee ringen 1 bevinden zich tussen de rugleuning en de zitting van de stoel en zijn te herkennen aan de markering
.
De derde ring 4 wordt gebruikt voor het vastmaken van de bovenste riem 2 van bepaalde kinderzitjes.
Achterstoelen
De bovenste riem 2 moet tussen de rugleuning en de hoedenplank worden geleid. Hiervoor verwijdert u de hoedenplank Bagageruimte.
Bevestig de haak 3 op een van de ringen 4 gemarkeerd met het symbool
.
warning
U moet de riem van het kinderzitje aan de bijbehorende ring bevestigen.