A110

De aanwezigheid van de hierna beschreven uitrusting IS AFHANKELIJK VAN DE UITVOERING VAN DE AUTO EN VAN HET LAND.

1.

Ventilatieroosters links en rechts.

2.

Schakelaar voor:

  • richtingaanwijzers;
  • buitenverlichting;
  • mistachterlichten.
3.

Selecteurhendels.

4.

Instrumentenpaneel.

5.

Plaats bestuurdersairbag en claxon.

6.

Schakelaar voor:

  • ruitenwisser/ruitensproeier van de voorruit en de achterruit;
  • functiekeuze van de boordcomputer.
7.

Multimediascherm.

8.

Ontwasemingssleuf onder de voorruit.

9.

Schakelaars voor:

  • inschakelen/uitschakelen van de functie Stop and Start:
  • de functies ESC en tractiecontrole uitschakelen;
  • alarmknipperlichten;
  • centrale deurvergrendeling;
  • starten/stoppen van het multimediasysteem.
10.

Centraal ventilatierooster.

11.

Plaats passagiers airbag.

12.

Aansteker/accessoireaansluiting

13.

ALPINE cardlezer. Afhankelijk van de auto bevindt dit zich achter een deksel (zie "Starten, stoppen van de motor" in hoofdstuk 2).

14.

Bediening van de verwarming of de airconditioning.

15.

Keuzeschakelaars R, N, D.

16.

Knop voor het starten/stoppen van de motor.

17.

Hoofdschakelaar van de snelheidsregelaar/-begrenzer

18.

Bediening van de elektrische parkeerrem.

19.

Schakelaar voor de elektrische ruitbediening.

20.

Stuurkolombediening multimedia-uitrusting.

21.

Keuzeschakelaar rijwerking.

22.

Hoogte- en diepteverstelling van het stuurwiel.

23.

Schakelaars voor de snelheidsregelaar/-begrenzer

24.

Knop voor het ontgrendelen van de motorkap.

25.

Schakelaar voor het verstellen van de buitenspiegels.