A290

Keuzeschakelaars

Met de schakelaars R, N en D kunt u de verschillende standen van de versnellingsbak kiezen:

  • R: achteruitrijden;
  • N: neutraal;
  • D: vooruit rijden.

De ingeschakelde versnelling verschijnt ter herinnering op het instrumentenpaneel.

Om de neutraalstand in te schakelen (N)

Druk met stilstaande auto en draaiende motor het rempedaal in en druk kort op de schakelaar N (het ingebouwde controlelampje op de schakelaar N licht wit op en N verschijnt op het instrumentenpaneel).

Om de versnelling vooruit in te schakelen (stand D )

Met stilstaande auto en draaiende motor en uw voet op het rempedaal, drukt u kort op de schakelaar D (het ingebouwde controlelampje op de schakelaar D licht wit op en D verschijnt op het instrumentenpaneel).

Als het rempedaal niet wordt ingetrapt, knippert de weergave van de huidige stand gedurende ongeveer vijf seconden en wordt de melding "Rempedaal indrukken" gedurende ongeveer vijf seconden weergegeven op het instrumentenpaneel.

In de meeste verkeerssituaties hoeft u de schakelaars niet meer aan te raken.

Opmerking: Als de motor draait en het voertuig rijdt tussen 0 en 14 km/u en de stand N of R is ingeschakeld, hoeft het rempedaal niet te worden ingetrapt om de stand D in te schakelen. Dit is nuttig bij parkeermanoeuvres waarbij meermaals moet worden geschakeld tussen vooruit- en achteruitversnelling.

Om de achteruitversnelling (stand R ) in te schakelen

Met stilstaande auto en draaiende motor en uw voet op het rempedaal, drukt u kort op de schakelaar R (het ingebouwde controlelampje op de schakelaar R licht wit op en verschijnt R op het instrumentenpaneel).

tip

Als de stand D of R is ingeschakeld en de auto stilstaat, begint het te rijden op lage snelheid, zodra u het rempedaal loslaat (zonder het gaspedaal in te trappen).

Als het rempedaal niet is ingedrukt, knippert de huidige stand gedurende ongeveer vijf seconden en blijft het controlelampje 1 branden op het instrumentenpaneel.

Opmerking: Als de motor draait en de auto ongeveer 0 tot 10 km/u rijdt in stand N of D, hoeft het rempedaal niet te worden ingetrapt om stand R in te schakelen. Dit is nuttig bij parkeermanoeuvres waarbij meermaals moet worden geschakeld tussen vooruit- en achteruitversnelling.

Parkeren van de auto

Trap bij stilstaande auto het rempedaal in en druk kort op de schakelaar N.

Opmerking: eenmaal ingeschakeld nadat de motor is uitgeschakeld, wordt de stand N gehandhaafd totdat het contact van de auto weer wordt ingeschakeld.

Zorg ervoor dat de parkeerrem is aangetrokken en dat de auto stilstaat Parkeerrem.

warning

De elektronische parkeerrem kan worden gebruikt om de auto stil te zetten. Controleer, voordat u de auto verlaat, of de automatische parkeerrem inderdaad is vastgezet. Het inschakelen van de elektronische parkeerrem wordt bevestigd met het oplichten van het controlelampje op de schakelaar van de elektronische parkeerrem en het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel totdat de portieren zijn vergrendeld. Afhankelijk van de auto wordt een label aan de bovenkant van de voorruit aangebracht ter herinnering aan deze Parkeerrem.

warning

Door de versnellingshendel in de stand N te zetten worden de aangedreven wielen niet mechanisch geblokkeerd: controleer of de auto niet kan wegrollen voordat u uitstapt.

warning

Om veiligheidsredenen mag u nooit het contact uitzetten voordat de auto compleet stilstaat.

Storingen

Zorg in geval van een motorstoring of een elektrische storing (accustoring, enz.) dat de auto goed blijft stilstaan.

warning

Bij het manoeuvreren kan de auto aan de onderkant ergens tegenaan rijden (bijvoorbeeld contact met een paaltje, een trottoir of ander stadsmeubilair) en daardoor beschadigd raken (bijvoorbeeld vervorming van een as).

Om ieder risico van een ongeluk te voorkomen, moet u uw auto door een merkdealer laten controleren.